• Lambregts & Robben

Btw-wijzigingen in 2022

Ouderdomsvereiste voor 6% btw op onderhoud, herstelling en renovatie privéwoningen


Onder strikte voorwaarden geldt in bepaalde gevallen (rubrieken XXXI en XXXVIII van de tabel A van de bijlage bij KB 20) een verlaagd btw-tarief voor onder meer onderhoud, herstelling en renovatie van privéwoningen. Eén van die voorwaarden betreft de ouderdom van het gebouw waaraan de werken worden uitgevoerd. Als de afnemer, vaak een particulier, dat verlaagd btw-tarief wil genieten, dan moet hij aan zijn leverancier een verklaring doen met betrekking tot de ouderdom van het gebouw. Maar tot 31 december 2021 werd die 'ouderdom' berekend in functie van het tijdstip waarop de btw opeisbaar wordt. En dat is voor particulieren een niet altijd even duidelijk begrip.


Daarom dat vanaf 1 januari 2022 die ouderdom berekend moet worden aan de hand van de datum van de factuur van de dienstverrichter. De ouderdom van tien of vijftien jaar (naargelang de toepasselijke rubriek van tabel A van de bijlage bij KB 20) wordt teruggerekend vanaf de datum van de eerste factuur met betrekking tot de handelingen die het voorwerp uitmaken van het contract (en dus van de werf volgens de memorie van toelichting) tussen de aannemer en zijn afnemer. Die berekeningswijze is vanaf 1 januari 2022 als volgt in de betreffende rubrieken opgenomen: de eerste ingebruikneming moet hebben plaatsgevonden in de loop van een kalenderjaar dat ten minste tien/vijftien jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot de betrokken handelingen.


Voorbeeld: voor de renovatie van een woning die op 17 november 2012 voor het eerst in gebruik wed genomen, reikt de aannemer zijn eerste factuur uit op 17 januari 2022. Op die datum is de woning nog geen tien jaar oud, maar ze is wel in gebruik genomen in het tiende jaar voorafgaand aan het jaar van de eerste ingebruikname.


Met de nieuwe formulering blijft dus ook de administratie tolerantie behouden dat de berekening van de ouderdom mag gebeuren op basis van kalenderjaren, en dat men die niet van dag tot dag moet maken.


Anderzijds betekent de nieuwe formulering dat als de eerste factuur wordt uitgereikt terwijl de ouderdomsvereiste niet is vervuld, en het verlaagd btw-tarief dus niet van toepassing is, dan kunnen de volgende facturen met betrekking tot hetzelfde contract evenmin het verlaagd btw-tarief genieten. Onder de oude regeling was het, omwille van de berekening op basis van het tijdstip van opeisbaarheid in plaats van de datum van de eerste factuur, wel mogelijk dat op de eerste factuur voor de onroerende handelingen 21% btw verschuldigd was en op een volgende factuur voor diezelfde handelingen maar 6%.


Het attest bij het verlaagd btw-tarief voor onroerende werken


In de rubrieken XXXI, XXXII, XXXIII en XXXVIII van tabel A van de bijlage bij KB 20, was voorzien dat voor de betrokken onroerende handelingen, de klant een attest moest ondertekenen om zijn dienstverrichter te vrijwaren van zijn aansprakelijkheid als die het verlaagd btw-tarief ten onrechte had toegepast.


Voor rubriek XXXVIII wordt dat attest vanaf 1 januari 2022 vervangen door de volgende verklaring, die de dienstverrichter op zijn facturen aanbrengt: "Btw-tarief: Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de factuur, wordt de klant geacht te erkennen dat (1) de werken worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken, (2) de woning, na uitvoering van die werken, uitsluitend of hoofdzakelijk als privéwoning wordt gebruikt en (3) de werken worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker. Wanneer minstens één van die voorwaarden niet is voldaan, zal het normale btw-tarief van 21 pct. van toepassing zijn en is de afnemer ten aanzien van die voorwaarden aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten."


Voor rubriek XXXI wordt dat attest vanaf 1 januari 2022 vervangen door de volgende verklaring, die de dienstverrichter op zijn facturen aanbrengt: "Btw-tarief: Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de factuur, wordt de klant geacht te erkennen dat (1) de werken worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste vijftien jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken, (2) de woning, na uitvoering van die werken, uitsluitend of hoofdzakelijk als privéwoning wordt gebruikt en (3) de werken worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker. Wanneer minstens één van die voorwaarden niet is voldaan, zal het normale btw-tarief van 21 pct. Van toepassing zijn en is de afnemer ten aanzien van die voorwaarden aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten."


Voor rubriek XXXII wordt dat attest vanaf 1 januari 2022 vervangen door de volgende verklaring, die de dienstverrichter op zijn facturen aanbrengt: "Btw-tarief: Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de factuur, wordt de klant geacht te erkennen dat (1) de werken worden verricht aan een woning die, in ieder geval na de uitvoering ervan, specifiek aangepast is om door een gehandicapte als privéwoning te worden gebruikt, (2) die woning bestemd is om te worden verhuurd, door één van de personen bedoeld in rubriek XXXII, § 1, 1°, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven en (3) die werken worden verstrekt en gefactureerd aan één van de personen bedoeld in rubriek XXXII, § 1, 1°, van tabel A van de bijlage bij het voormelde koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970. Wanneer minstens één van die voorwaarden niet is voldaan, zal het normale btw-tarief van 21 pct. van toepassing zijn en is de afnemer ten aanzien van die voorwaarden aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten."


En voor rubriek XXXIII wordt dat attest vanaf 1 januari 2022 vervangen door de volgende verklaring, die de dienstverrichter op zijn facturen aanbrengt: "Btw-tarief: Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de factuur, wordt de klant geacht te erkennen dat de werken (1) worden verricht aan woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor huisvesting van gehandicapten en (2) worden verstrekt en gefactureerd aan een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die een instelling beheert die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, personen met een handicap huisvest en die om deze reden een tegemoetkoming geniet van een fonds of een agentschap voor personen met een handicap dat door de bevoegde overheid is erkend. Wanneer minstens één van die voorwaarden niet is voldaan, zal het normale btw-tarief van 21 pct. van toepassing zijn en is de afnemer ten aanzien van die voorwaarden aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten."


Dus als de afnemer de factuur niet binnen de maand schriftelijk betwist, dan heeft hij aan zijn dienstverrichter verklaard dat de voorwaarden voor het verlaagd btw-tarief vervuld zijn. Maar die bevestiging geldt enkel voor de toepassingsvoorwaarden die uitsluitend door de afnemer kunnen bevestigd worden. Het is ook enkel als één of meer van die voorwaarden niet vervuld zijn, dat de aannemer ontheven kan worden van zijn aansprakelijkheid als hij het verlaagd btw-tarief ten onrechte toepast.


Gaat het om andere toepassingsvoorwaarden die niet vervuld zijn (bijvoorbeeld werken met betrekking tot de aanleg van een zwembad of een sauna of ingeval van tuinwerken of loutere reinigingsdiensten), blijft de aansprakelijkheid van de aannemer als primaire schuldenaar van de te weinig aangerekende btw behouden.


De voormelde verklaring moet op alle facturen worden vermeld, dus niet bijvoorbeeld enkel op de eerste voorschotfactuur.